Welkom leerlingen!

Hier start je les

Klik de juiste les aan en lees de opdrachten goed. Help elkaar en bekijk de instructievideo’s goed. Maak 1000 duizend fouten en leer hier van. Ontwikkel, maak plezier en leer nieuwe dingen.

LES 1

In deze les gaan we je Chromebook verkennen en leren we hoe we een mappenstructuur maakt in Google Drive.

Doel van deze les: 
– Je kunt een mappenstructuur maken.
– Je weet wat Google Chrome is en hoe je het kan gebruiken.

 

Opdracht 1:

Maak voor ieder vak een map aan in Google Drive.

Opdracht 2: 

Geef iedere map een kleur.

 

Opdracht 3:

Maak een map in een map. Dit noem je een submap. Bijvoorbeeld in de map Nederlands maak je een map: boekverslagen.

Opdracht 4: 

Zet al je documenten in de juiste map. Dus bijvoorbeeld alles van wiskunde sleep je naar de map wiskunde.

Opdracht 5:

Maak een map afbeeldingen. Zet al jouw afbeeldingen in deze map.

LES 2

Vandaag gaan we Gmail behandelen. Dit is het mailprogramma van Google. Een mail is het verzenden van een bericht via internet. Dus een soort van internetpost.

Doel van deze les is:
– Je kan een mail verzenden.
– Je weet hoe je Gmail moet gebruiken.

Opdracht 1:
Stuur een mail naar een klasgenoot. In de mail zet je 3 kwaliteiten van je klasgenoot. Een kwaliteit is wat iemand goed kan of doet. 

Zorg voor een goede aanhef (het begin: bijv. Beste of Hallo) en een goede afsluiting (het eind: bijv. Groetjes of Groet).

Opdracht 2:
Je typt nu een mail naar jezelf. Deze mail is heel netjes. Gebruik hier een goede aanhef en afsluiting voor. In de mail zet je je eigen kwaliteiten (minimaal 3) en vertel je over wat je later wilt worden en waarom. 

LES 3

We gaan jouw zoekvaardigheden testen. Hoe goed ben jij in het opzoeken van informatie in Google. Je leert hoe je antwoorden vindt in Google.

Doel van deze les is:
– Je weet hoe je een goede zoekopdracht plaatst in Google.
– Je kunt gericht zoeken naar antwoorden op vragen.

Opdracht 1:
Maak niveau 1, lees goed wat je moet doen. Na niveau 1 start je met niveau 2. 

Alle niveaus maak je in 1 document, dus de tabellen onder elkaar.

Niveau 4 en 5 zijn lekker lastig. Lukt dit jou ook?

LES 4

Een van de meest gebruikte programma’s op een Chromebook is Google Documenten. In dit programma maak je werkstukken en verslagen. Je kunt er ook verhalen, opdrachten en andere zaken mee ontwikkelen.

Doel van deze les:
– Je kunt gebruik maken van Google documenten.
– Je weet waneer je Google documenten gebruikt.
– Je kunt een werkstuk maken met een juiste indeling zoals het voorbeeld.

Opdracht 1:
We gaan een werkstuk maken over jezelf. Dit werkstuk bestaat uit verschillende pagina’s en uit tekst die je zelf moet typen.

Pagina 1: Titelpagina
Pagina 2: Inhoudsopgave
Pagina 3: Wie ben ik?
Pagina 4: Wat zijn mijn hobby’s?
Pagina 5: Mijn gezin
Pagina 6: Mijn interesses
Pagina 7: Dit kan ik allemaal in Google Documenten

LET OP DIT IS EEN ANDERE INDELINGEN DAN IN DE FILMPJES!

Titelpagina | Dit is de voorpagina van jouw werkstuk. Hier komen plaatjes en jouw naam. Hierdoor laat je al zien wie je bent en willen de lezers graag jouw document verder bekijken.
Inhoudsopgave | Dit gaan we samen doen. Dit heet de automatische inhoudsopgave, je mag dit nog even leeg laten.
Wie ben ik? | Hier vertel je wie je bent, waar je bent geboren, hoe oud je bent, lievelingseten/kleur/dier, enz.
Wat zijn mijn hobby’s? | Wat je graag doet in je vrije tijd. Leg dat ook uit 😉 
Mijn gezin | Hier stel je je ouder(s)/verzorger(s) in voor. Wat doen ze voor werk? Waar zijn ze volgens jou goed in? 
Mijn interesses | Wat vind je te gek? Apps op je telefoon, series op Netflix, games, boeken of juist iets heel anders…
Dit kan ik allemaal in Google Documenten | Als je eerder klaar bent ga je op deze pagina laten zien wat je allemaal kan. Welke functies weet je al in Google documenten? Probeer het ook uit.

N

Plaatjes invoegen

N

Tekst opmaak

N

Tekst indeling

N

Gebruik van kop- en voetteksten

N

Een automatische inhoudsopgave

N

Het gebruik van een tabel

N

Opmaak van afbeeldingen

N

Paginanummering

N

Schoonheid van het document

N

Hoeveelheid tekst in het document

N

Inspringen / opsommingen

N

Tekening

N

Het gebruik van hyperlinks

N

Lettertypes en leesbaarheid

LES 5

In een van de tofste programma’s van Google Chrome gaan we vandaag werken. Het is een programma waar je een presentatie in maakt. Google Presentaties is een hulpmiddel om je verhaal extra kracht bij te zetten. Je maakt hier vooral gebruik van beelden/afbeeldingen.

Doel van deze les:
– Je weet wanneer je Google Presentaties gebruikt.
– Je kan een verhaal extra kracht bij zetten door gebruik te maken van Google Presentaties.
– Je kunt een basispresentatie maken.

Opdracht 1:
Je maakt een presentatie over een zelf gekozen onderwerp. Pak een onderwerp waar je veel van te weten wilt komen.

De indeling van je presentatie ziet er als volgt uit:
1. Titelpagina
2. Inhoud
3. Vraag 1
4. Vraag 2
5. Vraag 3
6. Vraag 4
7. Vraag 5

Bij vragen kun je denken aan:
– wie? (bijv. Over wie gaat het?)
– wat? (bijv. Over wat gaat het?)
– waar? (bijv. Waar speelt het zich af?)
– wanneer? (bijv. Wanneer is iets ontstaan?)
– waarom? (bijv. Waarom is iets gebeurd?)
– hoe? (bijv. Hoe is het gebeurd?)

LES 6

Er is een enorm slim programma om rekenwerk te automatiseren. Dit programma heet Spreadsheet. In dit programma kun je sommen maken en dit laat je automatisch uitrekenen door een formule in te voeren. We gaan aan de slag met formules en met iets creatiefs in Spreadsheets.  

Doel van deze les:  

– Je weet wanneer je Google Spreadsheets gebruikt.
– Je kunt plus-, min-, deel- en keersommen maken.
– Je weet hoe formules werken en kunt kloppende formules maken. 

Opdracht 1:
Je maakt vier verschillende sommen:
Plussom – dit doe je door de plus te gebruiken +
Minsom – dit doe je door de min te gebruiken –

Keersom – dit doe je door het sterretje te gebruiken *
Deelsom – dit doe je door de schuine streep te gebruiken /

Opdracht 2:
Probeer de volgende opties uit:
– De vulgreep [dit is het blauwe vierkantje rechtsonder in een cel] – bij maanden en dagen
– De achtergrond van een cel kleuren
– Randen gebruiken en daardoor tabellen maken
– Autosom [optellen van waarden, dus meerdere cellen] en het gemiddelde laten uitrekenen
– De conditionele opmaak [automatisch kleuren van cellen of waardes] | Invoegen – conditionele opmaak

Opdracht 3:
Je gaat een pixelart maken. Start klein om eens wat te proberen en pak telkens een wat groter project.
De moeilijkheid van je werk kun je opbouwen door:
– een groter figuur uit te zoeken
– meerdere kleuren in je figuur te pakken
– zelf een ontwerp te maken  

LES 7

We gaan creatief aan de slag in een gratis online fotobewerkingsprogramma. Je kunt hier klikken om naar Pixlr te gaan.

Doel van deze les:  

– Je kunt een eenvoudige fotobewerking maken
– Je kunt een afbeelding toevoegen
– Je kunt met verschillende lagen werken.

Opdracht 1: 
Je maakt voor jouw Chromebook een eigen achtergrond. 

Stap 1: Zoek in Google afbeeldingen een achtergrond –> zoekterm: wallpaper
Stap 2: Open jouw achtergrond in Pixlr. Met vrije transformatie kun je de afmeting goed instellen.
Stap 3: Zoek een andere afbeelding die je als nieuwe laag toe kunt voegen. Dit is een PNG-afbeelding –> zoekterm bijvoorbeeld: auto png of voetbal png.
Stap 4: Open op het plusje (onder lagen) de afbeelding die je zojuist op hebt geslagen bij stap 3.

 

Veel plezier en succes. Is het je gelukt? Lever jouw bewerking in via Classroom –> les 7 fotobewerking.

Stap 1: Sla je afbeelding op als JPEG.
Stap 2: Zet deze afbeelding in Classroom.  

Opdracht 2: (dit is voor als je eerder klaar bent of al heel handig bent met fotobewerking!)
Je maakt twee verschillende fotobewerkingen. Je maakt een keuze uit onderstaande opties of je gaat met een eigen idee aan de slag (in overleg met je docent):
– Een fantasiedier
– Reclame voor een product of bedrijf
– Faceswap (gezichten verruilen)
– Een foto bewerken (iets maken wat niet klopt of iets toevoegen waar het niet hoort bijvoorbeeld de Eiffeltoren in Venlo)
– Een ontwerp voor een poster van een schoolfeest of voor een vereniging
– Visitekaartje

Opdracht 3:

Het laatste filmpje daar laat ik zien hoe je een ontwerp maakt. Het is leuk om zelf ook dingen te maken, die je kunt gebruiken voor jouw socials of feestjes.

Tips:
1. Op Unsplash kun je veel gratis foto’s vinden van hoge kwaliteit.
2. Op Canva kun je veel inspiratie opdoen in ontwerp. Je ziet hier hele mooie ontwerpen en je kunt ook in Canva dingen maken.
3. Op Postermywall kun je ook veel inspiratie opdoen. Je kunt hierin kijken naar design. 

LES 8

In deze lessen gaan we een verslag maken over social media. We gaan naar een website die Online Masters heet en we onderzoeken op deze site hoe we veilig, vaardig en vertrouwd online kunnen zijn. Via deze link ga je naar Online Master.

Doel van deze lessen:  

– Je weet welke rol groepsdruk en sociale media heeft op online en offline leven.
– Je weet hoe je nepnieuws kan onderscheiden van echt nieuws.
– Je leert wat veilig online gaan betekent en herkent online gevaren.

Opdracht 1: 
Je start met de module: SOCIAL MASTERS

Kies bij niveau: Voortgezet onderwijs
Kies bij module: social masters
Kies bij het menu: introductie – Je bekijkt het filmpje bij de introductie
Kies daarna bij het hoofdmenu: Bewust gamen, daarna nepnieuws en daarna (a)social? 

DOEN! –>  Maak een document aan en noem het: Verslag Online Masters
Zet dit document in de map: informatica

Je gaat de volgende vragen beantwoorden over de module introductie en bewust gamen:

1. Wat is bewust gamen?
2. Wat zijn de 5 S-en? Leg ze kort uit.
3. Welke S vind jij het belangrijkste? Waarom?
4. Wat zijn de voordelen van gamen?
5. Wat zijn de nadelen van gamen?

De challenge doen we niet en je mag in het hoofdmenu kiezen voor: Nepnieuws

Je beantwoordt de volgende vragen over Nepnieuws:

1. Wat is nepnieuws?
2. Waar kun je nepnieuws aan herkennen?
3. Waarom maken mensen nepnieuws? Noem drie redenen.
4. Heb je zelf wel eens nepnieuws gezien? Waar kwam je dat tegen?

Je hoeft de schoolopdracht niet te maken en gaat door naar: (a)social?

Je beantwoordt de volgende vragen over (a)social:

1. Wat denk jij dat ze met het filmpje willen bereiken?
2. Vind je dat je zelf veel online bent? Waarom vind je dat? Waaraan kun je dit zien of herkennen?
3. Noem 5 online do’s
4. Noem 5 online don’ts

 

 

Opdracht 2:
Kies de module Safe Masters.
Klik op de introductie en bekijk het filmpje.

Je beantwoordt de volgende vragen bij de introductie:

1. Wat doet een hacker?
2. Welke drie trucs van hackers worden er genoemd?
3. Wat kun je zelf doen tegen hackers?

Je gaat naar persoongegevens & privacy en beantwoordt de volgende vragen:

1. Wat is een cookie?
2. Wat doet een cookie?
3. Wat is big data?
4. Wat bedoelen ze met ‘the internet of things’?
5. Hoe denk jij nu over jouw privacy?

Je gaat naar digitale voetafdruk. Je beantwoordt de volgende vragen:

1. Wat is een digitale voetafdruk?
2. Je hebt alle testjes gemaakt en ingevuld. Welke vragen hebben jou aan het denken gezet?

 

Doe de hackcheck en ook de test die daarna komt. Je sluit daarna deze module af.

 

Opdracht 3: Je mag een module kiezen. Kies dus uit creative masters of digital masters.

 

Je beantwoordt de volgende vragen over deze modules:
1. Waar gaat deze module over?
2. Welke beroepen horen bij deze module?
3. Wat heb je geleerd van deze module?
4. Is er iets wat je hebt geleerd wat jij ook graag in jouw (toekomstig) beroep zou willen gaan doen?
5. Zijn er dingen die je hebt gezien die jij ook supertof vindt?