Hoe het werkt? 

Een les bestaat uit doelen. Een aantal doelen moeten af zijn op het einde van de les. Je docent controleert dat en daar krijg je feedback op. Let goed op de doelen voor jouw niveau (in het BLAUW staan de doelen voor KT).

Volg iedere les het volgende stappenplan:

  1. Klik op de les die je docent zegt
  2. Lees de tekst
  3. Lees de opdrachten
  4. Volg de opdrachten met het stappenplan
  5. Evalueer de les als je klaar bent met de opdrachten
  6. Heb je tijd over? Ga dan naar de verrijking, super!

LES 1

Les zoekvaardigheden

In deze les gaan we kijken naar zoekvaardigheden in Google. Hoe zoek je goede informatie en is deze informatie betrouwbaar? Welke zoekvragen stel je aan Google? 

Een top 10 TIPS zoeken in Google:
1. Geef precies aan wat je wilt weten, bijvoorbeeld: wat is een goede basisschool in Venlo?
2. Woorden kunnen meerdere betekenissen hebben, bijvoorbeeld: bank (als je een bank wilt kopen of naar de bank gaan voor geld).
3. Als je zoekresultaten ziet en snel wilt weten of het de juiste informatie is, hou dan CTRL ingedrukt tijdens het klikken op de link. Je webbrowser opent een nieuw tabblad.
4. Wil je een site in de zoekresultaten negeren dan type je -site, bijvoorbeeld -site:wikipedia.org. Let op dat je in dit deel van de zoekopdracht geen spaties gebruikt. 
5. Wil je dat Google precies zoekt op jouw woorden, dan zet je die woorden tussen “…”. Bijvoorbeeld: “Anne Frank Huis”. 
6. Met een * (asterisk) geef je aan dat er op die plek nog iets anders mag staan. Bijvoorbeeld: “Koning * Alexander”.
7. Wil je enkel één website doorzoeken op resultaten, toets dan: site:blariacumcollege.nl.
8. Wil je dat Google ook synoniemen (woorden die hetzelfde betekenen) gebruikt in de zoekresultaten? Gebruik dan een ~ (Tilde). 
9. Wil je dat Google zoekt naar twee dingen tegelijk en een soort vergelijk maakt? Gebruik dan OR in hoofdletters of | (een pipeline). Bijvoorbeeld: wandelen (Frankrijk OR Zwitserland)
10. Google is een rekenmachine. Tik maar eens 20 celsius naar fahrenheit of 5 mijl naar kilometer of 30 centimeter naar inches (of korter: 30 cm in inch) in. Een percentage berekenen kan ook, bijvoorbeeld 25% van 150.

Google heeft ook humor, je mag dit ook even proberen:
– Type: Do a Barrell roll 
– Type: Askew
– Type: Pacman
– Type: Google gravity en klik daarna niet op zoeken maar op doe een gok.

Hiernaast staan instructiefilmpjes om je weer op weg te helpen. Als je meer informatie nodig hebt ga je gericht zoeken op Google. Dit zijn basisvaardigheden die je moet beheersen.

Opdracht 1:

Stap 1: maak een nieuw document aan met de naam: werkstuk_informatiekunde_naam.
Stap 2: Zet dit document in de map informatiekunde.
Stap 3: Jouw document krijgt zes pagina’s. Een nieuwe pagina maak je met de toetscombinatie CTRL+ENTER.
Stap 4: Geef jouw pagina’s een titel

Pagina 1: Titelpagina
Pagina 2: Inhoudsopgave
Pagina 3: Deelvraag 1
Pagina 4: Deelvraag 2
Pagina 5: Deelvraag 3
Pagina 6: Deelvraag 4

Opdracht 2:
Stap 1: Je gaat nu de pagina’s vullen met informatie die je hebt gevonden in Google. Zet die tekst om in eigen woorden. 

Pagina 1: Titelpagina: Jouw naam en klas, foto’s of afbeeldingen die met jouw onderwerp te maken hebben.
Pagina 2: Inhoudsopgave: Deze pagina laat je nog even leeg.
Pagina 3: Deelvraag 1: 
Pagina 4: Deelvraag 2:
Pagina 5: Deelvraag 3:
Pagina 6: Deelvraag 4:

Denk aan de Wie? Wat? Waar? Waarom en Hoe-vragen?

Handige tip!! Wil je een printscreen (foto van je scherm) maken op een Chromebook voor bijvoorbeeld een foto van Instagram dan klik je op de volgende toetscombinaties (de bovenste voor een heel scherm, de onderste voor een gedeelte van je scherm):

 

 

Wat moet jouw document straks op het einde hebben ( je hebt hier drie lessen voor):

N

Zes aparte pagina's

N

Zorg voor een goede leesbaarheid. Witregels, komma's en punten. Gebruik de automatische spellingscontrole.

N

Gebruik verschillende lettergroottes, kleuren en probeer opmaakstijlen toe te passen.

N

Gebruik afbeeldingen

N

Iedere titel van de pagina een alineaopmaak KOP 1

N

Een automatische inhoudsopgave

N

Nummer je pagina rechtsonder

N

Gebruik opsommingstekens en inspringen

N

Maak een tekening in Google documenten

N

Zoek de afdrukweergave en maak hier een screenshot van. Plaats deze afbeelding klein in je document op pagina 7.

N

Maak een diagram

N

Geef een pagina een achtergrondkleur

N

Lijn 3 alinea's op verschillende manieren uit.

N

Maak een tabel met je vakken en cijfers

N

Maak hyperlinks

N

Voeg een koptekst in (Naam en klas)

N

Maak gebruik van superscript en subscript

LES 2

Les presentatie maken

We gaan de komende drie lessen werken aan een presentatie. Vorig jaar heb je dit al gedaan en dit jaar gaan we jouw vaardigheden uitbreiden. 

 

Opdracht 1:

1. Maak een presentatie met de naam: presentatie spreekbeurt
2. Sla de presentatie op in de de map informatiekunde.
3. Kies een thema (of maak zelf een achtergrond)
4. 
Kies een onderwerp. Weet je niets kun je misschien iets kiezen uit deze lijst: social media, hacken, Google, Snapchat, Instagram, hobby, sport, een land, spelletjes, apps, telefoons, Apple, Youtube, websites, een boek of een zelf gekozen onderwerp. 
5. Maak minimaal 6 dia’s.
6. Verzamel informatie op internet. Maak de tekst in eigen woorden.
7. Gebruik afbeeldingen of video’s (max. 1 minuut). 

 

Je hebt in totaal drie lessen om jouw presentatie af te ronden. De teksten die je gebruikt mogen MOETEN IN EIGEN WOORDEN! Je mag het dus niet geheel overnemen van een andere website of klasgenoot. Zet in je afsluiting je bronnen, dus waar heb je de informatie gevonden.

 

Een overzicht van hoe jouw presentatie eruit kan zien:

Dia 1: Onderwerp 
Dia 2: Inhoudsopgave (wat gaan jouw kijkers in jouw presentatie zien, een overzicht van de dia’s)
Dia 3: Deelonderwerp 1 (Bijvoorbeeld: Wat is…?)
Dia 4: Deelonderwerp 2 (Bijvoorbeeld: Wie is…?)
Dia 5: Deelonderwerp 3 (Bijvoorbeeld: Waarom bestaat…?)
Dia 6: Deelonderwerp 4 (Bijvoorbeeld: Voor wie is…?)
Dia 7: Deelonderwerp 5 (Bijvoorbeeld: Wanneer ontstond…?)
Dia 8: Deelonderwerp 6 (Bijvoorbeeld: Hoe werkt…?)

 


 

 

Wat moet jouw presentatie straks op het einde hebben ( je hebt hier drie lessen voor):

N

Zorg voor een goede leesbaarheid. Witregels, komma's en punten. Gebruik de automatische spellingscontrole.

N

Gebruik verschillende lettergroottes, kleuren en probeer opmaakstijlen toe te passen.

N

Gebruik afbeeldingen en pictogrammen

N

Zorg voor een duidelijke titel

N

Je hebt een inhoudsopgave

N

Gebruik steekwoorden

N

Maak gebruik van verschillende tekstvakken

N

Voeg een video in

N

Je weet hoe je hulplijnen moet gebruiken

N

Gebruik vormen

N

Zoek de afdrukweergave

N

Maak een diagram

N

Geef een pagina een achtergrondkleur of gebruik een afbeelding als achtergrond

N

Maak gebruik van animaties

N

Maak een tabel

N

Maak hyperlinks

N

Maak gebruik van WordArt

N

Maak gebruik van de functie ordenen

N

Maak een animatie

N

Voeg een GIF in

LES 3

We hebben nu al twee van de drie belangrijke programma’s bekeken namelijk Google Documenten en Google Presentaties. Vandaag gaan we verder met de derde en dat is Google Spreadsheets. Dit is een fantastisch programma voor cijfers, tabellen, grafieken en rekenkundige bewerkingen. Vandaag gaan we kijken naar de belangrijkste functies van het programma en volgende week gaan we lekker creatief aan de gang.

Eerst volg de uitleg in de klas. Daarna mag je met onderstaande opdrachten aan de slag.

De opdrachten van vandaag:

– Maak een optelsom (je gebruikt hier de functie + voor)
– Maak een aftelsom (je gebruikt hier de functie – voor)
– Maak een keersom (je gebruikt hier de functie * voor)
– Maak een deelsom (je gebruikt hier de functie / voor)
– Maak een tabel van 5 rijen en 4 kolommen
Gebruik voor de tabellen achtergrondkleuren
– Gebruik de conditionele opmaak (je vindt dit in het menu: opmaak –> conditionele opmaak)
– Probeer een diagram te maken.

Hieronder staan de twee filmpjes. Het eerste filmpje gaat over de optelsommen. Het tweede filmpje gaat over de overige functies.

 

LES 4
We blijven creatief. We gaan twee lessen werken aan fotobewerking. We gaan dat doen met een online fotobewerkingprogramma: www.pixlr.com

Opdracht: bekijk onderstaand filmpje en kies uit onderstaande opdrachten.

Fantasiedier: bewerk verschillende dieren en maak er één dier van. Bijvoorbeeld een giraf, met een muizenkop en olifantenpoten.

Faceswap: kies twee gezichten uit en probeer van twee gezichten 1 te maken.

Gekke omgeving: pak een mooie foto van een bekende plek. Bewerk het zo, dat er gekke dingen in het landschap ontstaan.

Eigen creatie: maak zelf een fotobewerking.

Maak je eigen social media banner (bijvoorbeeld voor Youtube, Snapchat of Instagram).

Tips: de kloonstempel –> ctrl klik op de plek die je graag nog een keer wilt. Daarna op de gewenste plek klikken.
In het menu bewerken –> Vrije transformatie. Je kunt nu de afbeelding op het gewenste formaat zetten.
Gum –> gum alle niet gewenste dingen weg. Je kunt hier ook figuren in gebruiken.
Filter in het menu geeft je veel opties om kleuren of effecten toe te voegen. 

Ga op zoek naar informatie op internet. Maak je eigen banner voor jouw favoriete social media kanaal. Maak posters van een evenement of ontwerp je eigen logo (normaal doe je dit in Indesign…). 

 

Op deze site vind je handige tips: https://informaticalessen.be/fotobewerking/fotobewerkingstechnieken-in-pixlr/

Veel plezier en succes!

Wat moet jouw fotobewerking straks op het einde hebben ( je hebt hier drie lessen voor):

N

Een fotobewerking met verschillende lagen

N

Een fotobewerking met gebruik van gum, kloonstempel en selecteren.

N

Een fotobewerking met filter

N

Je hebt minimaal twee fotobewerkingen van goede kwaliteit.